America first vs China first

image copyright © cnnmoney: No copyright infringement intended. All rights belong to their respective copyright owners.

Wordt er in de media nog vaak gesproken over een “USA-China trade war”, wellicht zou het beter zijn om het ondertussen als een “geopolitical technology war” te betitelen.

In Amerika is er in diverse politieke en industriële kringen een consensus aan het ontstaan dat China’s ontwikkelingen en ambities in de high-tech en ICT een serieuze bedreiging vormen voor Amerika’s leidende positie in de wetenschap en technologie en voor de nationale veiligheid van de VS. China wordt verweten zijn high-tech industrie op een oneerlijke wijze te ontwikkelen met als einddoel technologische dominantie en de inrichting van een nieuwe wereldorde naar Chinese maatstaven.

Tevens betichten zowel Amerika als Europa China van unfaire handelspraktijken en afscherming van de eigen markt. De militante Chinese houding in de Zuid-Chinese zee doet verdere afbreuk aan China’s reputatie. Men heeft het in het Westen plotsklaps niet meer over de ongekende “market opportunities” in China, maar over de Volksrepubliek als mogelijk grootste vijand en over de gevaren van een clash tussen de VS en China in de zeer nabije toekomst.

The China Initiative

Copyright Jeff Parker@Florida News

In November 2018 kondigt Jeff Sessions van het Department of Justice (DOJ) het “China Initiative” aan, waarbij Chinese bedrijven zullen worden onderzocht en agressief worden vervolgd in geval van economische spionage, diefstal van Intellectual Property (IP) en criminele, corrupte buitenlandse praktijken. Het DOJ maakt hiervoor aanvullende middelen en mankrachten vrij. Dit China initiatief staat onder leiding van de nationale veiligheidsafdeling van de DOJ inclusief hoge FBI functionarissen en verscheidene procureur-generaals. Tegelijkertijd begint de Trump regering allerlei handels-en investeringsbeperkingen af te kondigen om China’s technologische en geopolitieke ambities in te perken: zo wordt ondermeer de overdracht van de meest geavanceerde Amerikaanse technologie en apparatuur aan China aan banden gelegd.

China First

De groeiende Amerikaanse vrees voor China wordt in het bijzonder gevoed door 3 vrij recente Chinese plannen:

  1. “Made in China” MIC plan 2025
  2. “Internet Plus Plan (IPP) 2020
  3. Volgende generatie Artificial Intelligence (AI) plan/AIP2030

ad 1) Met het MIC plan, gelanceerd in 2015, beoogt de CCP de Chinese afhankelijkheid van westerse technologie, componenten en know-how in de high-tech zoals in de halfgeleider, IT, auto, lucht-en ruimtevaart industrie drastisch te verminderen. In 2025 dient 70% van de kernmaterialen in deze high-tech sector van Chinese makelij te zijn. Om een voorbeeld te geven, ano 2019 is net iets meer dan 15% van China’s totale semiconductor consumptie van Chinese makelij (=made in China), waarvan buitenlandse chipfabrikanten met een vestiging in China voor de helft aan bijdragen.

Tabel laat zien dat van de $155 miljard aan Chinese IC consumptie in 2018, zo’n 15.5% lokaal wordt geproduceerd. De verwachting is dat rond 2023 dit aandeel tot >20% kan groeien copyright: Tabel © IC Insights, USA@ 2019

Ondanks verwoedde Chinese pogingen over de afgelopen 20 jaar is China’s bijdrage (=van Chinese IC bedrijven met het hoofdkantoor in China) aan de wereldwijde IC markt <5% van het totaal, de VS hebben al vele jaren meer dan 50% in handen.

Tabel IC Insights 2019 IDM = Integrated Device Manufacturer zoals Infineon, Intel, Texas Instruments en NXP die over eigen chipfabrieken (fabs) beschikken. Fabless zijn chipondernemingen zoals Qualcomm die chips ontwerpen en verkopen maar de produktie uitbesteden aan pure foundries zoals TSMC en UMC copyright tabel © IC Insights, USA@2019

De Chinese overheid investeert de afgelopen 5 jaar massaal in het MIC om het land van een lage kosten fabrikant te transformeren in een wereldleider in produkten en diensten met een hoge toegevoegde waarde. Daarbij poogt ze tevens regelmatig om leidinggevende buitenlandse high-tech bedrijven op te kopen, profiterend van de open Westerse markt.

ad 2) Het IPP, ook rond 2015 geïntroduceerd , is de Chinese equivalent van de “Information Super Highway” of “Industrie 4.0”: de CCP heeft richtlijnen opgesteld om via internet, “connectivity & the cloud” traditionele industrieën te moderniseren en toekomstige economische groei in China te waarborgen. Gedoeld wordt bijvoorbeeld op een versnelde invoering van bedrijfsautomatisering en robots en de ontwikkeling van zgn. smart cities.

ad 3) De CCP lanceert in 2017 het AIP2030 dat moet garanderen dat in 2030 China de wereldleider in AI is. China wil via een uitgekiende aanpak met verscheidene mijlpalen een AI industrie uit de grond stampen die minimaal moet kunnen concurreren met het Westen maar dominantie als ultieme doel heeft. De Volksrepubliek hoopt daarvoor o.a. s’werelds “best en brightest” te kunnen aantrekken.

Of de CCP’s doelstellingen geheel realistisch en haalbaar zijn is erg discutabel, maar de onverhuld uitgesproken ambities in deze “China first policy” hebben het wantrouwen jegens China als ook een Amerikaans techno-nationalisme, waarvan de sporen al onder de Obama regering duidelijk waarneembaar zijn, verder aangewakkerd. In Amerikaanse politieke kringen worden niet zelden China’s huidige technologische vaardigheden schromelijk overdreven en Amerika’s eigen technologische hegemonie afgezwakt om Trump tot een hard-line positie tegenover China te dwingen.

De Chinese regering heeft in grote mate het onheil over zichzelf afgeroepen: tegen de Westerse verwachting in heeft de groeiende economische welvaart en internationale importantie van China niet geleid tot meer binnenlandse politieke vrijheden of een hervorming van de CCP. Integendeel, de sociale en maatschappelijke controle en repressie door de Chinese communistische partij is de afgelopen 15 jaar sterk toegenomen.

Hoe kan het Westen grote Chinese bedrijven, geleid door Chinese managers, vertrouwen als het land zelf geen enkele politieke transparantie kent? En als de CCP, die sterk betrokken is bij de overzeese expansie van China’s ondernemingen, nog in 2017 een Nationale Intelligence Law uitvaardigt op basis waarvan burgers en organisaties ten allen tijden worden geacht om samen te werken met de Chinese Veiligheidsdiensten en overheidsinstanties bij het verzamelen van informatie voor “defensieve veiligheidsdoeleinden”?

Amerikaanse campagne

De campagne tegen de oneerlijke Chinese praktijken in de technologie-sector komt specifiek tot uiting in 3 opeenvolgende acties van de Amerikaanse overheid:

  1. de ban op produkten van ZTE van mei 2018
  2. de aanklacht tegen Fujian Jinhua & United Microelectronics (UMC) in November 2018 voor het stelen van Amerikaanse know-how
  3. de arrestatie Huawei’s CFO Meng Wanzhou in Canada op 6 December 2018 en de daaropvolgende aanklacht in Januari 2019 tegen Huawei voor bank fraude, IP diefstal en het ontduiken van de economische sancties tegen Iran

ZTE

ad 1) ZTE is een vooraanstaand Chinese telecom (staats)bedrijf en producent van mobiele telefoons en communicatie apparatuur. ZTE wordt in het voorjaar van 2018 op de Amerikaanse zware lijst gezet nadat duidelijk is geworden dat het bedrijf internationale sancties tegen Noord-Korea en Iran aan zijn laars lapt via de verkoop van ZTE produkten, met daarin Amerikaanse chip-technologie, aan beide landen. De Amerikaanse regering besluit om ZTE produkten in Amerika te weren en Amerikaanse chip leveranciers te verbieden om ICs aan ZTE te leveren.

Dit is de eerste escalatie in wat aanvankelijk als een pure handelsoorlog door het leven gaat, waarbij de focus in de discussie nog vooral ligt op het verkrijgen van meer en betere toegang tot de Chinese markt voor Amerikaanse (agrarische) produkten. Trump wil immers graag zijn verkiezingsbelofte inlossen en zijn agrarische kiezers tevreden stellen. Wat zijn zoal de gevolgen van het Amerikaanse handelen tegenover ZTE ?

a) de USA versoepelt in Juli 2018 de maatregelen tegen ZTE (ZTE wordt gedeeltelijk uitgebannen, i.e. voor Amerikaanse overheidsdiensten-en contracten) na betaling van een $1 miljard boete door het Chinese bedrijf b) de marktwaarde van ZTE kelder met zo’n $3 miljard c) ZTE vervangt Amerikaanse druk zijn gehele senior management d) ZTE’s mobiele telefoondivisie weet ternauwernood te overleven: ZTE’s leveranties en produktie van nieuwe mobieltjes komt een tijdlang volledig stil te liggen bij ontstentenis van Amerikaanse chips.

Overigens wekt Trump zelf aanvankelijk de indruk de ZTE case vooral als een drukmiddel in de onderhandelingen te willen gebruiken om handelsvoordelen voor de Amerikanen af te dwingen. De president heeft ogenschijnlijk minder belangstelling voor de high-tech industrie en het veiligheidsaspect in de discussie, hij heeft sowieso weinig op met de miljardairs in Sillicon Valley. Trump is persoonlijk bereid de ZTE ban volledig op te heffen in ruil voor een nieuw handelsakkoord. Maar hij wordt teruggefloten door het Congres en leden in zijn kabinet, die minimaal een gedeeltelijke ban tegen ZTE eisen.

Of Trump het zelf nu zo gewild heeft of niet, de trade war verandert geleidelijk in veel meer dan louter een gevecht over tarieven en vrije markten. De Amerikaanse focus in de handelsdiscussie wordt verlegd naar nationale veiligheid, beperkingen in technologie-overdracht en IP bescherming. De VS geven met het optreden tegenover ZTE voor het eerst een sterk signaal af wie er (vooralsnog) echt de baas is in de technologie sector. In Chinese regeringskringen groeit onderwijl het gevoel dat Amerika’s enige intentie is om China’s internationale opkomst te dwarsbomen.

JHICC/UMC

ad 2) de aanklacht tegen Fujian Jinhua (JHICC) en UMC haalt in Nederland minder het nieuws. Het is wel de meest opmerkelijke en betekent een verdere escalatie in het “handelsconflict”. JHICC is een in februari 2016 gestichte Joint Venture ($5.6 miljard investering) in Jinjiang, Fujian, tussen de lokale Chinese overheid en UMC uit Taiwan. UMC is al jarenlang een zgn “pure-play foundry”: een bedrijf met een jaarlijkse omzet van ~$4 miljard dat diverse chip fabrieken runt met uiteenlopende technische processen waar ICs voor grote, internationale electronica bedrijven op schijven silicon worden gemaakt, waarbij het design en eindverkoop van de chips volledig in handen is en blijft van de klant. UMC ontwerpt en verkoopt zelf dus geen ICs maar is een subleverancier.

De JV, een nevenactiviteit van UMC om haar positie en groei in de Chinese markt te verstevigen, zou geheugenchips (DRAMs), onmisbaar voor vrijwel elke produkt-applicatie, moeten gaan ontwikkelen. De Chinezen leveren het geld, UMC de R&D en mensen voor de ontwikkeling van de DRAM technologie. China heeft geen eigen geheugenchip fabrikanten of technologie en is geheel afhankelijk van buitenlandse leveranciers, zoals bijv. het Amerikaanse Micron. Micron heeft zo’n 20% van de in totaal $100 miljard waardevolle DRAM markt in handen. Een door de Chinese staat gesteunde investeringsgroep (Tsinghua Unigroup) probeert in 2015 tevergeefs Micron op te kopen. Na die mislukking besluit de Chinese overheid met behulp van UMC de DRAM ontwikkeling in China in gang te zetten.

Fujian Jinhua/JHICC in Jinjiang, Fujian provincie, foto folder. De mega-fab is nooit in operatie gegaan na het Amerikaanse optreden in Nov 2018

In 2017 beschuldigt Micron UMC en JHICC van het stelen van Micron’s know-how en IP. De voormalig president van Micron Taiwan, Dhr Chen, en enkele andere ex-Micron employees zouden bedrijfsgeheimen naar UMC hebben meegenomen om deze vervolgens door te sluizen naar de JV waarvan Chen met instemming van het UMC senior management/board of directors als hoofd wordt benoemd. In November 2018 stelt de Amerikaanse overheid JHICC, de betrokken ex-Micron employees en UMC in officiële staat van beschuldiging. Het Taiwanese bedrijf en de JV worden naast de civiele procedure (aangespannen door Micron) nu ook geconfronteerd met een strafrechtelijke procedure door de Amerikaanse overheid.

Een Amerikaanse regering klaagt een vooraanstaand Taiwanees bedrijf aan vanwege spionage/diefstal ten faveure van China, een bijzondere situatie! Voorts bestempelt de DOJ JHICC als een gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid: alle Amerikaanse leveranties van cruciale apparatuur aan de Chinese fabriek dienen per direct te worden stopgezet, aldus de Trump regering. Wat zijn zoal de gevolgen van dit Amerikaanse optreden tegen JHICC/UMC?

a) UMC stopt onder de Amerikaanse druk in januari 2019 alle R&D activiteiten met JHICC. Het JHICC project wordt door China opgegeven, ook omdat essentiële apparatuur door de Amerikaanse boycot niet kan worden aangeschaft. Inmiddels tracht China op volledig eigen kracht een binnenlandse DRAM speler te kweken

b) een geplande IPO van UMC’s foundry fabrieken in China aan de beurs van Shanghai wordt door het Taiwanese bedrijf afgeblazen

c) UMC loopt enorme reputatie schade op, met name in de USA en Japan, die haar core foundry business dreigt te treffen. Een geplande overname van Fujitsu’s chip fabriek in Japan wordt geblokkeerd door de Japanse overheid uit vrees dat UMC nog meer Amerikaanse straffen wachten als de Amerikaanse rechters zich zullen hebben uitgesproken

d) voor zover mij bekend lopen zowel de civiele als strafrechtelijke rechtszaken tegen UMC nog in de rechtbank van Californië /San Franciso. Indien schuldig bevonden hangt UMC/JHICC een boete boven het hoofd van max. $20 miljard of een verbeurd verklaring.

Er is ongetwijfeld achter de schermen druk overleg (geweest) tussen de Taiwanese- en Amerikaanse regering. Het eiland is voor zijn veiligheid afhankelijk van de VS, zo zijn afgelopen week nog omvangrijke Amerikaanse wapenleveranties door Trump c.s aan Taiwan toegezegd. Er is de huidige Taiwanese regering alles aan gelegen om te voorkomen dat Taiwan en Taiwanese bedrijven worden gezien als agenten van China. Maar het is niet in Taiwan’s belang dat UMC, met wereldwijd zo’n 20,000 employees, zal omvallen.

Het is niet onwaarschijnlijk dat er in UMC nog koppen gaan rollen, al is het tot dusver zeer stil daaromtrent. Het Amerikaanse optreden is een overduidelijke waarschuwing niet alleen aan China, maar ook aan Taiwanese en andere internationale bedrijven die een snelle slag denken te kunnen slaan in China zonder internationale regels over IP bescherming in acht te nemen. Ze kunnen de VS op hun dak krijgen.

Huawei

Meng Wanzou, CFO Huawei © copyright@www. cgtn.com

ad 3) de arrestatie van de CFO van Huawei, China’s parade paardje en explosief groeiende telecom gigant, in Canada op verzoek van Amerika, maakt het ook de rest van de wereld volstrekt duidelijk dat er meer aan de hand is dan een handelsoorlogje. Terwijl de maanlanding in 2019 zal worden herdacht is de wereld beland is een nieuwe wedloop: de race naar 5G & AI tussen de VS en China en de strijd om technologische dominantie! Beijing is furieus over het Amerikaanse optreden en het “handelsconflict” raakt op zijn kookpunt.

Ik heb al verscheidene artikeltjes aan Huawei gewijd ( zie bijv https://www.mijngroeve.nl/geschiedenis/huawei-het-kamerdebat-4-juli-2019/ ) dat ondertussen door Amerika op de zwarte lijst is gezet. Daarmee plaatsen de VS de rest van de wereld en vooral Europa voor een dilemma. Een keuze voor Huawei dreigt door Amerika als een soort verraad te worden bestempeld en zet de nauwe samenwerking tussen Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten op het spel.

Trump insinueert via twitter weliswaar dat er tussen hemzelf en Ji Xinping nog wel een deal valt te maken over de vrijlating van Meng en de opheffing van het embargo op Huawei in ruil voor een handelsakkoord, feit blijft dat het Amerikaanse Congres en een aantal Westerse landen Huawei ondertussen al van deelname in de toekomstige 5G infrastructuur uitsluiten uit nationale veiligheidsoverwegingen.

Wat zijn zoal de gevolgen van het Amerikaanse optreden tegen Huawei?

a) Huawei’s mobiele telefoonbusiness in het buitenland heeft zwaar te lijden onder het Amerikaanse embargo. Op korte termijn is de schade ($10-30 miljard geschatte daling in omzet) te compenseren door de toename van verkoop van 5G apparatuur in bijv. Afrika. Ook is in China de verkoop van Huawei mobieltjes gestegen uit nationalistische sentimenten.

Mocht de Amerikaanse boycot echter lang gaan duren dan zal Huawei (ondanks al haar bluf) moeite hebben om over 1 – 2 jaar tijdig nieuwe mobieltjes op de markt te brengen vanwege de afhankelijkheid van Amerikaanse chip- en software leveranciers. De produktie van nieuwe 5G apparatuur komt eveneens in gevaar. Ook is de kans aanzienlijk gestegen dat vele EU staten Huawei alsnog (grotendeels) uit zullen sluiten van deelname aan de aanleg van 5G netwerken nu ze door de VS voor het blok zijn gezet

b) voor de huidige Chinese leider Xi Jingping wordt het moeilijk om zonder ernstig gezichtsverlies deze “handelsoorlog” te beëindigen. Bovendien zal hijzelf door het Amerikaanse optreden nog meer van zijn gelijk overtuigd zijn dat het inslaan van het pad naar zelfvoorziening in de high-tech de enige juiste is

c) Amerikaanse chipleveranciers gaan ook gebukt onder het embargo van Huawei en de afgekondigde handelstarieven. Micron is een fraai voorbeeld, Huawei is verantwoordelijk voor meer dan 10% van haar omzet. Micron heeft samen met andere chipleveranciers de Trump regering verzocht om het embargo tegen Huawei te versoepelen uit angst dat ze hun winstverwachtingen tegenover de aandeelhouders niet kunnen waarmaken. Het zou dan gaan om leveranties van de niet meest geavanceerde chips.

Het feit dat Amerikaanse bedrijven van de ene kant niet schromen om toekomstige Chinese concurrenten (zie Micron vs JHICC) voor het gerecht te dagen, maar van de andere kant wensen hun business met het door de Amerikaanse politieke establishment al verketterde Huawei voort te zetten werkt natuurlijk de nodige Chinese skepsis en achterdocht in de hand omtrent de oprechtheid en beweegredenen van Amerikanen tegenover China

d) het “handelsconflict” met China is door de verwikkelingen rondom Huawei’s CFO volledig uit de hand gelopen: Trump’s beoogde opzet om snel een handelsakkoord aan zijn achterban te presenteren ter verzekering van zijn herverkiezing ligt in duigen. In plaats daarvan zijn Trump en Xi verstrikt geraakt in een vrij uitzichtloze wedloop aan tariefmaatregelen bij gebrek aan betere ideeën en benaderingen om dit complexe, geopolitieke technologie dispuut op te lossen

What next?

Wat gaat er nu gebeuren? De escalerende tarievenstrijd bewijst het zelfvernietigende karakter van zowel het China first als America first beleid. De rest van de wereld zucht tegelijkertijd onder deze heilloze benadering van de 2 grootmachten. In het uiterste geval wordt die rest gedwongen te kiezen voor of tegen China en krijgen we een digitale wereld met een Westerse en Chinese technische (5G) standaard en misschien een geleidelijke terugtrekking van Westerse bedrijven uit China. Dat laatste klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Zo zijn de supply chains in de high-tech sector al nauw verbonden met China en alternatieven niet snel voorhanden. Vele Westerse bedrijven hebben grote belangen in China en geen enkele behoefte om het land te verlaten. Isolatie van China door het Westen zal de internationale veiligheid niet vergroten en China’s drang om (op oneerlijke wijze) te innoveren slechts vergroten. De kans dat China zich dan nog in de toekomst zal willen conformeren aan een door het Westen gebouwde internationale rechtsorde en handelsregime lijkt daarmee verkeken.

Amerika had beter samen met de EU, Japan, Canada en Australië in bestaande multilaterale fora tegen China op kunnen trekken en werken aan internationale akkoorden met China over handel, technologie-overdracht en IP protectie, cybersecurity, nationale veiligheid en privacy. Doel moet niet zijn om succesvolle Chinese bedrijven om zeep te helpen maar om ze verantwoordelijker internationaal te laten ondernemen en opereren.

China moet zich betrokken blijven voelen bij en de voordelen blijven zien van het behoren tot de internationale rechtsorde en gemeenschap. Ook zou Amerika (en de EU evenzeer) beter zijn energie kunnen steken in het uitdokteren en opzetten van een coherente innovatie-strategie om op een gezonde manier een competitieve voorsprong op China te behouden zonder daarbij in een allesoverheersend protectionisme te vervallen. Chinese economische en technologische concurrentie stimuleert Westerse innovatie en vormt niet per definitie alleen maar een bedreiging.

De Chinese bewindslieden en CCP zouden beter de realiteit onder ogen kunnen zien en beseffen dat het nastreven van Chinese zelfvoorziening in de high-tech sector niet wenselijk en een illusie is: wil China sneller moderniseren dan is Amerikaanse know-how daarbij onontbeerlijk. Xi Jinping moet zijn vrij megalomane dromen en plannen tot technologische en economische wereldheerschappij temperen en zijn nationale trots inslikken. China kan niet alleen met de mond belijden dat het voor vrede, meer internationale samenwerking, multilateralisme en vrijhandel is, maar zal zijn markt meer moeten openstellen zonder allerlei restricties voor buitenlandse bedrijven. Het zal ook hekele buitenlandse politieke kwesties als de zeggenschap over de eilanden in de Zuid-Chinese zee via multilaterisme moeten gaan oplossen.

Daarnaast zal de Chinese overheid pro-actief het Chinese bedrijfsleven moeten doordringen van de waarde en betekenis van IP en hard moeten ingrijpen in geval van schendingen van intellectueel eigendom. Tegelijk is privatisering van staatsbedrijven eigenlijk een vereiste: of zal in ieder geval de rol van de CCP in de bedrijfsvoering sterk moeten worden gereduceerd. Dit alles zal spoedig, grondig, breed en transparant moeten gebeuren wil de Amerikaanse (en Westerse) politiek niet volledig het vertrouwen verliezen in de bereidwilligheid van China om mee te blijven werken aan het verstevigen van de internationale rechtsorde, vrijhandel en vrede. Maar dit soort Chinese stappen veronderstelt welhaast een bereidheid bij de CCP tot aanzienlijke politieke hervorming, waarvoor sinds de gebeurtenissen van 4 juni 1989 (zie https://www.mijngroeve.nl/geschiedenis/4-juni-1989/ ) het draagvlak in de partij heeft ontbroken.

VS druk op de EU om Huawei te weren

Helaas zijn de leiders van beide grootmachten niet gezegend met veel realiteitszin en wijsheid en voeren momenteel in de wederzijdse communicatie platte, onnozele nationalistische sentimenten en overdreven retoriek de boventoon. Op korte termijn kunnen we dus weinig verwachten van de onderhandelingen in het conflict. De Chinezen lijken inmiddels te preferen om op de blaren te zitten en te wachten op de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar Europa zal al voor die tijd zijn keuze moeten maken over de aanleg en aanbesteding van 5G netwerken: het wordt al meegezogen in de geopolitieke “technology war”.

·