De EU, China en de wet van de jungle

“poster: ”hitting the scoundrel”, 打坏蛋, Da huaidan, The characters on the snowman’s belly: 美帝大坏蛋 – “American imperialist big scoundrel”, Hebei renmin meishu chubanshe (河北人民美术出版社), January 1966 see https://chineseposters.net/posters/e16-272

5 februari 2026_De huidige verschuivingen in de internationale economische orde zijn terug te voeren op de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001. Destijds verwachtten de VS, Japan en Europa te profiteren van volledige toegang tot de Chinese markten. Na de opkomst van Xi Jinping als Voorzitter van de Chinese Communistische Partij (CCP) kwamen de VS geleidelijk tot de strategische conclusie dat het WTO-systeem China nooit aan een op regels gebaseerde orde zou binden en dat de Volksrepubliek China (VRC) nooit volledige toegang tot haar markt zou bieden. Europese landen hebben hierover nog immer uiteenlopende opvattingen, die een effectieve en coherente EU-strategie ten aanzien van China in de weg staan.

Verschuivende internationale orde

Gedurende een groot deel van de afgelopen ~14 jaar hebben Xi en Poetin zich voortdurend ingezet om de Amerikaanse macht te ondermijnen en de bestaande internationale orde en de beperkingen die deze oplegde aan hun ambities af te breken. Ze waren eendrachtig in hun vastberadenheid om een ​​nieuwe wereldorde te creëren die beter zou aansluiten bij hun eigen belangen.

In antwoord daarop heeft president Trump de internationale orde zoals we die hebben gekend de genadeslag gegeven. Deze internationale orde, inclusief de ‘’rule of law’’, belandde de afgelopen 10-15 jaar al in een staat van verlamming en ernstige crisis, met name door de destabiliserende praktijken van de VRC (economische dwang en intimidatie, voortdurende hybride oorlogsvoering , ongebreidelde uitbreiding van haar kernwapenarsenaal, verdoezeling van de Corona-uitbraak, meedogenloze intimidatie in de Zuid-Chinese Zee, overname van Hongkong, steun aan het Iraanse regime, Maduro, de Houthi’s en Hamas, toenemende binnenlandse repressie, etc) en Rusland (oorlog tegen Georgië, bezetting van Tsjetsjenië, invasie van de Krim en de Donbas, de Wagner-groep in Afrika, vergiftiging van Russische tegenstanders in het buitenland, oorlog tegen Oekraïne, moord op binnenlandse politieke tegenstanders, etc).

Multilaterale instellingen zoals de VN, de WTO en de WHO, evenals het Internationaal Gerechtshof, hebben deze problemen niet aangepakt of opgelost, terwijl het Westen slechts lauwe pogingen ondernam om het multilateralisme en het internationaal recht te waarborgen (bijv. Gaza).

Amerikaanse klappen tegen Rusland en China

De regering-Trump kwam klaarblijkelijk tot de conclusie dat het om de (vermeende) Amerikaanse belangen te beschermen beter was om voorgoed afscheid te nemen van multilateralisme en internationaal recht en zelfstandig, op eigen voorwaarden, haar tegenstanders aan te pakken.

De VS hebben Rusland en China al een paar eerste klappen toebedeeld op het internationale toneel: Beijing en Moskou waren machteloze toeschouwers tijdens de recente Amerikaanse acties in Iran en Venezuela, wat ogenlijk in tegenspraak is met Xi’s filosofie dat de Amerikaanse macht afneemt vanwege “veranderingen die we in een eeuw niet hebben gezien die wereldwijde verschuivingen in het voordeel van China versnellen”.

Deze Amerikaanse acties waren feitelijk een vernedering voor Rusland en China, omdat ze niet in staat bleken om daadwerkelijke bescherming te bieden of veel invloed uit te oefenen, zelfs niet in cliëntstaten zoals Iran en Venezuela. Cuba is waarschijnlijk het volgende doelwit van de VS. Het is duidelijk dat de regering-Trump ernaar streeft om de Russische en Chinese invloed in Latijns-Amerika zoveel mogelijk uit te bannen via haar “Donroe-doctrine”, met name in kritieke infrastructuur zoals in havens, telecommunicatie en de ruimte. Latijns-Amerikaanse regeringen worden gedwongen de risico’s van bestaande en groeiende Chinese banden en investeringen in deze gevoelige sectoren zorgvuldiger te (her)overwegen.

De VS zijn ook begonnen met het uitoefenen van controle op de Venezolaanse olie-export en hebben een aantal zogenaamde schaduwschepen die olie vervoeren in beslag genomen. De impliciete waarschuwing: Washington is in staat de Chinese energievoorziening te manipuleren als Beijing opnieuw zou overwegen de export van zeldzame aardmetalen en mineralen naar de VS te blokkeren.

Tegelijkertijd heeft de regering-Trump haar publieke toon ten opzichte van Beijing verzacht en gezegd dat de VS “moeten streven naar een stabiele, vreedzame relatie met China”. De nieuwe nationale defensiestrategie (NDS) probeert de Chinezen er ook van te verzekeren dat het doel van de VS “niet is om China te domineren; noch om hen te wurgen of te vernederen”. Er is ook nog aan toegevoegd dat het beschermen van Amerikaanse belangen “geen regimeverandering of existentiële strijd vereist”.

Deze afgezwakte karakteriseringen van China weerspiegelen waarschijnlijk de intentie van het Pentagon om opties open te houden voor Trump in aanloop naar zijn geplande ontmoeting met Xi in april 2026. Het biedt in ieder geval enige ruimte voor verbetering van de sfeer in de zeer gespannen bilaterale relatie. Maar het betekent zeker niet – naar onze mening althans – dat de VS hun inspanningen om China’s invloed in de Indo-Pacifische regio in te dammen zullen versoepelen.

Misschien geeft Trump zelf de voorkeur aan een nauwere definitie van de aanhoudende rivaliteit, met weinig andere zorgen dan de omvang van China’s handelsoverschot en de export van fentanyl. Toch blijven het Congres en het militaire establishment in Amerika de VRC zien als de belangrijkste tegenstander van de VS en de grootste bedreiging voor de nationale veiligheid, ondanks de neutralere en waardevrije beschrijving van China in de Nationale Defensiestrategie (NDS).

De wet van de jungle

Washington erkent echter dat de opkomst van de VRC een gegeven is en probeert een nieuwe modus vivendi te vinden om met haar tegenstander om te gaan. In haar streven naar veiligheid lijkt de Trump-administratie zich te willen concentreren op commerciële deals en korte termijn transacties, zelfs met opponenten en vijanden, in de veronderstelling dat een wederzijds belang in welvaart een zekere mate van stabiliteit kan creëren. Deze doctrine is verstoken van enige interesse in het bevorderen van waarden zoals vrijheid of democratie.

Mijngroeve concludeerde jaren geleden al dat we een lange periode van aanhoudende systemische rivaliteit tussen de VS en communistisch China waren ingegaan, met een soort ‘gecontroleerde concurrentie’ als ‘beste scenario’. Nu de internationale rechtsorde verdwenen is en de vorm van het nieuwe, opkomende internationale ‘systeem’ verre van duidelijk, is de vraag hoe (goed) deze concurrentie nog kan worden beheerst.

Trump zelf lijkt Xi minder te behandelen als een imperialistische autocraat dan als een te respecteren zakelijke rivaal, met wie hij een duurzaam begrip kan opbouwen en stabielere bilaterale banden kan smeden door middel van een demonstratie van militaire macht, economische beloningen en straffen alsmede sussende woorden in het openbaar. Dit veronderstelt dat Xi stabiliteit in deze bilaterale relatie ook ziet als een cruciale voorwaarde voor verdere economische groei en voor de succesvolle uitvoering van zijn mondiale economische strategie en zijn China droom.

Het is echter onzeker of de Chinese President deze opvatting huldigt. Misschien gelooft hij oprecht dat Trump zelf alleen maar een nieuwe handelsdeal wil, maar het is zeer twijfelachtig of Xi erop vertrouwt dat het Amerikaanse politieke en militaire establishment niet uit is op regimeverandering. Xi heeft zelf meermaals verklaard dat de strijd met westerse landen onoplosbaar, langdurig en complex is, maar dat de overwinning van China (lees de CCP!) verzekerd is. Xi denkt waarschijnlijk ook dat China beter mentaal is voorbereid en toegerust op economische tegenspoed dan de VS. Omdat hij zich geen zorgen hoeft te maken over verkiezingen, kan Xi zich richten op de lange termijn in plaats van zich enorm te bekommeren om (de huidige) instabiliteit in de bilaterale relatie. Bovendien is Xi’s regime nog steeds zeer optimistisch over zijn huidige positie en toekomstige groeimogelijkheden in het mondiale Zuiden.

De wereld wordt geconfronteerd met een periode van grote onvoorspelbaarheid, aangezien de geopolitieke technologieoorlog tussen de VS en de VRC niet zal verflauwen. Voorlopig zal deze concurrentiestrijd worden beslist door de wet van de sterkste, ofwel de wet van de jungle.

De paraatheid van China en de EU

China is niet onvoorbereid op deze strijd. Xi heeft een heel arsenaal aan extraterritoriale wetten en juridische instrumenten alsmede exportcontroles opgebouwd, die hij naar believen kan inzetten. De Chinese leider heeft zijn beleid van zelfvoorziening voor de VRC versneld, met als doel een veerkrachtige economie en samenleving te realiseren. Bovendien heeft Beijing economische overwicht op een groot aantal landen in het mondiale Zuiden, hetgeen de anti-Chinese economische acties van de VS (gedeeltelijk) kan compenseren.

Ondanks de eerdergenoemde korte termijn tegenslagen voor China’s prestige op het internationale toneel, blijft Xi ervan overtuigd dat op de lange termijn “het Oosten opkomt en het Westen in verval raakt”. De Chinees-Russische “vriendschap zonder limieten” is gebaseerd op deze gedeelde overtuiging tussen Poetin en Xi en vertoont tot nu toe geen tekenen van verval, ondanks Amerikaanse pogingen om een ​​wig tussen de twee te drijven.

Xi is volkomen overtuigd van de juistheid van zijn economische en buitenlandse beleidskeuzes, ongeacht de huidige economische problemen van China. De ‘Voorzitter van alles’ heeft loyalisten aangesteld die hem volledig steunen in zijn China droom: wie het ook maar enigszins waagt zijn aannames of beleid in twijfel te trekken, wordt ontslagen, vervolgd of geëxecuteerd.

Het is met name de EU waarvan de paraatheid en bereidheid in twijfel worden getrokken. De EU is gebouwd op het uitgangspunt van economische samenwerking om oorlog te voorkomen en heeft nooit een op veiligheid gerichte structuur of doelstelling gehad. Op dit moment komt Europa zwak en zeer kwetsbaar over: het is het natuurlijke gevolg van twee decennia waarin de toekomst van Europa, inclusief de noodzaak van een gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid, nooit hoog op de agenda stond bij verkiezingen in welke belangrijke Europese lidstaat dan ook, inclusief Nederland.

Mijngroeve zoekt al jaren naar een coherente EU-China en EU-VS strategie. Die is er niet gekomen. De vervagende scheidslijnen tussen handel, technologie en veiligheid en de geopolitieke technologie-oorlog stellen een fundamenteel principe waarop de EU is gebaseerd ter discussie, namelijk dat gecentraliseerde regels economische overwegingen zouden moeten bepalen, terwijl buitenlandse zaken en defensie primair aan de individuele lidstaten zouden moeten worden overgelaten.

Als gevolg hiervan zijn de reacties van Europa op internationale crises zoals de oorlog in Oekraïne of de grijze zone-oorlogstactieken van China ontoereikend en reactief geweest in plaats van tijdig, adequaat en proactief. Bovendien zijn de door de Europese Commissie geïnitieerde inspanningen om de algehele economische veiligheid en strategische onafhankelijkheid van Europa te vergroten vaak belemmerd en vertraagd door uiteenlopende, conflicterende en kortzichtige nationale belangen van de lidstaten.

Europeanen zullen moedig moeten optreden om niet alleen hun veiligheidsorde, maar ook de bredere politieke structuur van hun continent te hervormen. Strategisch denken moet verder reiken dan het nationale of trans-Atlantische niveau en een werkelijk Europese dimensie krijgen. Op korte termijn heeft de EU echter weinig andere keus dan de VS aan boord te houden wat betreft veiligheidsbeleid – met name gezien de noodzakelijke Amerikaanse steun voor Oekraïne en de onmisbare nucleaire veiligheidsgaranties in het kader van de nucleaire samenwerking.

Maar een pan-Europese discussie over de noodzaak, de kansen en de risico’s van het ontwikkelen van Europese alternatieven voor de Amerikaanse veiligheidsgaranties, inclusief de nucleaire paraplu, op de middellange tot lange termijn, kan niet langer van de agenda worden geweerd.

De-risking

Europa is buitengewoon goed in het formuleren van principes en standpunten, maar minder goed in het ontwikkelen van beleid of strategieën en het waarborgen van de uitvoering ervan. Tegenstanders hebben deze inertie en besluiteloosheid aangegrepen om onze geloofwaardigheid en invloed te ondermijnen. Terwijl de EU nog steeds worstelt en aarzelt om te ‘’de-risken” van een rivaliserend en assertief China, wordt ze nu zelfs geconfronteerd met de vraag of, wanneer en hoe te de-risken van haar onvoorspelbare bondgenoot, de VS.   

Trumps tarieven en economische dreigementen aan het adres van de EU dreigen de Europese inspanningen om de strategische afhankelijkheden van de VRC te verminderen te vertragen en ondermijnen, terwijl ze door alle individuele lidstaten als een zeer hoge strategische prioriteit zouden moeten worden beschouwd. Helaas zien veel Europeanen China nog steeds als een noodzakelijke partner waarmee we strategisch moeten samenwerken, mede dankzij Trumps onsamenhangende en chaotische beleid.

Wie deze dynamiek wil doorbreken, moet laten zien dat Europa kan handelen: Europa moet zijn eigen soevereiniteit cultiveren. De schade die Trumps eisen met betrekking tot Groenland en andere uitspraken hebben toegebracht aan het trans-Atlantische vertrouwen is permanent en zal ingrijpende gevolgen hebben voor de relatie op de middellange- en lange termijn. Het zou echter dwaas  zijn om meer vertrouwen te stellen in de VRC, die de trans-Atlantische spanningen zal proberen uit te buiten door zichzelf met hernieuwde energie af te schilderen als een “stabiele en betrouwbare partner in een tijd van wereldwijde chaos”.

Europese leiders stellen dat vrede in Oekraïne de hoogste prioriteit heeft in hun buitenlandbeleid. Poetin’s agressie wordt echter grotendeels in stand gehouden door Chinese exporten die Rusland hebben geholpen de productie van Iskander-M ballistische raketten enorm op te voeren, waarmee Moskou voortdurend Oekraïense steden bombardeert. De VRC is ook de belangrijkste bron voor de Russische import van ammoniumperchloraat, een essentieel ingrediënt voor ballistische raketbrandstof. Ten slotte heeft China Rusland dronerompen, lithiumbatterijen en glasvezelkabels geleverd – de cruciale componenten voor de glasvezeldrones die in Oekraïne worden gebruikt en die elektronische jamming kunnen omzeilen, zoals gerapporteerd door CSIS (https://www.csis.org/analysis/russias-grinding-war-ukraine).

Ook de onrust in Iran staat naar verluidt hoog op de Europese agenda. Het is wellicht goed om te bedenken dat China tijdens de recente protesten in Iran de Iraanse autoriteiten en hun terroristische organisatie, de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC), heeft geholpen bij het uitvoeren van de landelijke internet black-out. Daarmee is de VRC medeplichtig aan de vermeende slachting van meer dan 30.000 Iraanse burgers tijdens deze blackout.

Harde Macht

Ondertussen probeert China zich – zoals gebruikelijk – uit zijn economische crisis te exporteren en overspoelt ze de wereld, en Europa in het bijzonder, met zijn producten. De Chinese economie verkeert waarschijnlijk in veel grotere problemen dan Beijing wil toegeven. Toegang tot de Europese markt is nog steeds cruciaal voor China. De EU mag derhalve deze crisis niet onbenut laten en moet maximale economische druk op Beijing uitoefenen om een ​​einde te maken aan de steun aan Rusland in het conflict in Oekraïne. Europa mag niet opnieuw in de val trappen van het appeasen van China door zomaar weer toe te staan dat er bilaterale handelsakkoorden tussen de VRC en individuele lidstaten worden afgesloten, zonder dat er iets substantieels wordt teruggeëist van Beijing.

Brussel moet er op zijn minst ook voor zorgen dat Europa zijn productiebasis, zoals de auto-industrie, behoudt en voorkomt dat zijn industriële capaciteit en invloed worden verkwanseld door opportunistische bilaterale, op de korte termijn gerichte, handelsakkoorden met China.  

Het moet het “Koop Europees”-beleid agressiever stimuleren en het wellicht verplicht stellen voor publieke organisaties die actief zijn in strategische sectoren. Risicovolle Chinese leveranciers moeten worden buitengesloten of onmiddellijk worden verbannen en vervangen in kritieke infrastructuur, denk aan omvormers voor zonnepanelen, windenergie en beveiligingsapparatuur. Inkomende investeringen uit China en uitgaande investeringen naar China moeten in heel Europa streng worden gescreend. Tot slot moet Beijing bij elke gelegenheid duidelijk worden gemaakt dat China een hoge economische prijs in Europa zal betalen als het Rusland in de Oekraïne oorlog blijft steunen en doorgaat met het verstikken van Taiwan.

Sommigen zullen betogen dat Europa juist prioriteit moet geven aan het verminderen van de spanningen met Beijing, omdat de EU moet voorkomen dat ze tegelijkertijd de confrontatie aangaat met de VS, Rusland en de China. Het lijkt erop dat deze mensen gemakshalve vergeten zijn dat alle clementie en toegeeflijkheid die Europese leiders Xi de afgelopen 14 jaar hebben betoond, alleen maar heeft geleid tot nog onverantwoordelijker, agressiever en onverdraaglijker gedrag van zijn regime. Het heeft uiteindelijk geresulteerd in de “ijzersterke” Chinees-Russische vriendschap, een band tussen twee paranoïde autocraten die de zwakte en tolerantie van Europa meedogenloos hebben weten uit te buiten.

Het probleem is niet dat Europa geen pogingen tot ontspanning richting Beijing heeft ondernomen, maar dat het er niet in is geslaagd China op een overtuigende en tijdige manier te confronteren. Als gevolg hiervan heeft Xi lange tijd het gevoel gehad dat hij vrij spel had, waarvoor Europa nu een hoge prijs betaalt. Maar dat mag de vastberadenheid van Brussel niet verzwakken om het verminderen van de afhankelijkheid van China eindelijk tot een topprioriteit te maken. De gedachte dat dit zonder vergeldingsmaatregelen van Beijing kan en zal gebeuren, is een illusie.

De terugvordering

Alleen harde macht en Europese eenheid kunnen indruk maken op Poetin en Xi en de voorwaarden scheppen voor zinvolle gesprekken en concessies. Sommige Europese leiders en Europarlementariërs hebben dit begrepen, anderen nog steeds niet. Het is bemoedigend om te zien dat Brussel probeert de Europese handel snel te diversifiëren via bijv. de overeenkomsten met India en Latijns-Amerika (Mercosur). Maar dit is slechts het begin van een lang en moeizaam proces om onze “strategische autonomie” terug te winnen en de risicovolle strategische afhankelijkheden van de VRC (en uiteindelijk ook de VS) te reduceren.

Het verminderen van de afhankelijkheid zal een complexe en zware uitdaging voor Europa zijn, omdat het de leveringsstabiliteit in gevaar kan brengen, de prijzen voor Europese consumenten kan opdrijven en op sterk verzet kan stuiten van bepaalde lidstaten, industrieën en anti-EU politieke partijen. Bovendien zal het hoogstwaarschijnlijk een onaangenaam terugvorderingsproces met zich meebrengen, oftewel een poging om de controle terug te winnen over strategische activa (zoals havens, hightechbedrijven en telecominfrastructuur) in Europa die naïef aan communistisch China zijn verkocht of verhandeld. De Nexperia-saga is geen eenmalig en onhandig door de Nederlandse overheid geïnitieerd incident, maar markeert het begin van zo’n lange en complexe Europese terugvorderingscampagne.

Zullen de Europese leiders van de belangrijkste Europese landen de bereidheid en het uithoudingsvermogen hebben en houden om de Europese Commissie eindelijk alle risicoverminderende maatregelen tegen China te laten doorvoeren die al jaren geleden hadden moeten worden genomen… en alle lidstaten te dwingen deze op te volgen en uit te voeren? In het tijdperk van de wet van de jungle spreken daden luider dan woorden. De Commissie moet daarom ook niet aarzelen om haar brede arsenaal aan handelsmaatregelen tegen Beijing in te zetten als dat nodig is om te overleven in deze jungle.