Nederland, Europa & China: strategische vragen

Image copyright: ©Paresh Nath, politicalcartoons.com: No copyright infringement intended. All rights belong to their respective copyright owners.

De Amerikaans-Chinese rivaliteit

In de toenemende Amerikaans-Chinese rivaliteit is het misschien goed nog eens het AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken) rapport van deze zomer 2019 er op na te slaan. Een rapport dat sporadisch de Nederlandse media heeft gehaald en hoogstwaarschijnlijk in de kast van Rutte is verdwenen.

Wat in China en het Verre Oosten gebeurt, is van enorm belang voor de toekomst van onze samenleving en economie. Helaas valt de aandacht voor het vraagstuk van de impact van China en de Amerikaans-Chinese spanningen in het niet bij de belangstelling die uitgaat naar de Brexit, Syrië en de vluchtelingenproblematiek, en naar Trump en Rusland. Naar het oordeel van de Adviesraad is het zaak “politici en publieke opinies indringend bewust te maken van de impact van China’s gestage opkomst om de keuzes op korte en middellange termijn waarvoor Nederland en Europa staan zo adequaat mogelijk beantwoorden”. Laat ik mijn steentje dan maar bijdragen..

China is niet langer een ontwikkelingsland. China’s opkomst betekent een enorme uitdaging voor de op Amerikaanse en Europese leest geschoeide internationale orde waarin Nederland heeft kunnen floreren. De tot voor kort breed gedeelde verwachting dat politieke vooruitgang hand in hand zou gaan met economische progressie in China moet plaatsmaken voor het besef dat China niet op afzienbare termijn een liberale democratie naar westers model gaat worden. Integendeel, onder Xi Jinping, de President die voor het leven is benoemd, is de Chinese communistische partij een zeer autoritaire en nationalistische weg ingeslagen. Hoewel politieke instabiliteit (zie Hong Kong) zeker niet is uit te sluiten, zullen we sterk rekening moeten houden met het scenario waarin China’s economie blijft groeien en de Chinese Communistische Partij haar macht behoudt.

Hoe willen we omgaan met deze realiteit? Een publieke discussie lijkt meer dan op zijn plaats: om misverstanden te voorkomen, ik pleit niet voor uitsluiting van China uit die internationale orde of het dwarsbomen van de economische ontwikkeling van het land, maar wel voor een meer intensief en openbaar overleg, ondermeer in de Tweede Kamer, over de te voeren strategie.

De impact van de rivaliteit

In verschillende van mijn blogs heb ik al wat gevolgen van de Amerikaanse-Chinese confrontatie belicht. Nederland en Europa moeten de komende maanden en jaren ten aanzien van China strategische keuzes maken, denk bijvoorbeeld maar weer aan de 5G uitrol en de eventuel participatie van Huawei. Aan de handel in hoogwaardige technologie. Denk ook aan wel of niet de EU uitbreiden om Chinese invloed in de Balkan tegen te gaan. Denk aan het meer investeren in Zuid-Europa als tegenwicht tegen China’s Belt & Road Initiative, het Chinese infrastructurele plan waar bijv. Griekenland en Italië zich zeer ontvankelijk voor hebben getoond. Denk ook aan het Hong Kong en Taiwan probleem en China’s militaire activiteiten in de Zuid Chinese Zee

In maart 2019 sprak de EU bij monde van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger al van een heroriëntatie op China, waarin het het land werd omschreven als een partner, een concurrent en een systeem rivaal van de EU. De Unie zegt er nu naar te streven om de normatieve en ideologische verschillen tussen beide stelsels te erkennen en een plaats te geven, opdat vitale terreinen van samenwerking in wederzijds belang gewaarborgd blijven.

In mei 2019 gaf het kabinet een China notitie uit: ‘Nederland-China: een nieuwe balans’, waarin de balans toch vooral nog in het voordeel van de handel leek uit te slaan, al werd het belang van nationale veiligheid voor het eerst duidelijk erkend. De nieuwe leidraad van het kabinet Rutte luidt officieel: “Open waar het kan, beschermen waar het moet.” Het kan m.a.w. niet langer “business as usual” met China voor Nederland zijn, ook niet voor Rutte. Zoals het AIV rapport stelt : “deze mentale omslag brengt de noodzaak van permanente strategische reflectie met zich, over wat en hoe te beschermen, en vergt plekken van besluitvorming, zowel nationaal als Europees, om zulke afwegingen te maken….” Dit gaat verder dan het traditionele “koopman vs dominee” debat over de Nederlandse buitenlandse politiek, waar Nederlandse politici en journalisten dikwijls in hun commentaren op terugvallen.

Rutte en minister Blok hebben zelf bijster weinig gedaan om de publieke discussie over China aan te zwengelen. Onze premier neemt het woord systeem rivaal niet graag in de mond. De mentale omslag kost de heren zo te zien de nodige tijd en moeite. Zo horen we ze niet of nauwelijks over het Huawei probleem. Of over de situatie in Hong Kong. Of over strategische keuzes in het Amerikaans-Chinese conflict. De bewindslieden stellen tegenwoordig graag dat via de EU gemeenschappelijk tegen China stelling moet worden genomen, niet per individuele Europese lidstaat, op zich een begrijpelijke, aanvaardbare positie. Al is het moeilijk voor te stellen dat Rutte plotseling een volledige Eurofiel is geworden, die erop vertrouwt dat Nederlandse (handels)belangen t.o.v. China het best via de EU kunnen worden uitgedragen. En is er überhaupt al sprake van een gemeenschappelijk Europees beleid tegen China?

Opnieuw: Huawei

Als we Huawei er weer even als voorbeeldje bij mogen halen, dan lijkt de conclusie van niet. Nog vorige week legde Merkel adviezen van de Europe Commissie alsmede het Europese agentschap van cybersecurity (en trouwens ook haar eigen CDU) over uitsluiting van Huawei bij de 5G uitrol opnieuw naast zich neer. Is het alleen een diplomatieke trukje of is ze echt niet bereid om de handelsbelangen met China op het spel te zetten? In het laatste geval zou men kunnen vaststellen dat Duitsland zich te afhankelijk van China heeft gemaakt als export markt, waardoor Merkel zelfs bereid lijkt om de nationale veiligheid te riskeren (tenzij ze van mening is dat die absoluut niet in het geding is bij deelname van Huawei, al lijkt ook de door haar gekoesterde Navo een andere mening toegedaan).

Anderen (Polen) hebben Huawei wel uitgesloten. Hongarije ligt al stevig met Huawei in bed. En wat is Rutte’s finale positie over de 5G uitrol die de basis vormt voor onze volgende industriële revolutie? Ik zou het niet weten, hij wordt er klaarblijkelijk niet naar gevraagd door onze parlementaire journalisten: die zijn deze week natuurlijk te druk met het verhaal over de CO2 uitstoot. 5G lijkt me trouwens onontbeerlijk voor de terugdringing van de CO2 emissie in industrie en landbouw: toch een mooie aangelegenheid om onze premier te vragen hoe het nu zit met de 5G uitrol die vanaf begin volgend jaar zou moeten plaatsvinden? Volgt hij het advies van de Europese commissie?

De merkwaardige situatie doet zich nu voor dat Trump de pleitbezorger is geworden van de Europese bedrijven Nokia en Ericsson wat betreft de 5G uitrol, terwijl de Duitse en Nederlandse regeringsleiders hun uiterste best doen om toch vooral niet China voor het hoofd te stoten door Huawei (bij voorbaat) uit te sluiten. Het is sowieso vrij opmerkelijk dat op grond van het vrije markt denken lokale Nederlandse overheden en ondernemingen in Nederland zelfstandig met Huawei, een door de staat gesubsidieerd bedrijf uit een communistisch land in de top 5 van staatshackers, druk in de weer konden gaan voor de aanleg van cruciale IT/infrastructuur, waardoor Nokia en Ericsson, weliswaar duurder en technisch minder geavanceerd, vaak buiten de deur werden gehouden. De nationale overheid maakte tot voor kort niemand attent op de veiligheidsrisico’s van het samenwerken met Huawei. Daarnaast wreekt zich de afwezigheid van een doordacht en overkoepelend EU innovatie & technologie beleid ter stimulering van de digitale revolutie in Europa en ter bescherming van strategische Europese bedrijven. Hoe gaat of wil Europa China (en Amerika) technologisch bijbenen?

Publieke Discussie

Om nog een ander opmerkelijk voorbeeld te geven: in 2016 werd zonder politieke slag of stoot de door NXP afgesplitste divisie van zendtransistoren (omgedoopt tot Ampleon) opgekocht door JAC capital, een Chinees staatsbedrijf. De Nijmeegse chipfabrikant is een wereldspeler in transistoren voor zendmasten van mobiele telefoonaanbieders. Ampleon maakt feitelijk de uitrol van 5G mogelijk. De aankoop was essentieel voor de Chinese ambitie om dominant te worden in 5G. Maar het maakte tegelijk Nederland nog meer afhankelijk van Chinese bedrijven voor de aanleg van cruciale infrastructuur.

Er zijn wel wat kenteringen in de maatschappij waarneembaar: in sommige gemeentes is de discussie over Huawei en China wel losgebarsten. Rotterdam is in mijn blog al aan bod gekomen en Zeeland kwam deze week ook in het nieuws: de bouw van een ‘groen’ datacenter in het Sloegebied bij Borssele loopt forse vertraging op omdat Huawei zich heeft teruggetrokken. De Chinese telecomreus heeft dat gedaan omdat Nederlandse bedrijven huiverig zijn om hun cloud-diensten op servers van Huawei te zetten, laat de projectontwikkelaar, The Green Bay, weten…  Verheugend om te zien is ook dat vorige week het Huawei dilemma zowaar de hoofdmoot vormde van het populaire tv programma “Zondag met Lubach”…wie weet breekt er toch iets van een publiek debat los…. https://www.gids.tv/video/132837/zondag-met-lubach-gemist-huawei-en-5g-wanneer-zegt-nederland-bye-bye

Het publieke besef van de geopolitieke positie van de Europese Unie als geheel is nog uiterst mager. Jarenlange skeptische uitlatingen in Den Haag over de wenselijkheid van een gezamenlijk EU buitenlands beleid zijn hier mede debet aan. De interne verdeeldheid binnen de Europese Unie is vanzelfsprekend een belangrijke handicap. Nederland dient met meer overtuiging en inzet daadwerkelijk bij te dragen aan een gecoördineerd Europees buitenlands beleid, het gaat niet langer aan om deze nobele intentie alleen maar met de mond te belijden. Zelfde geldt voor Frankrijk en Duitsland. Bij ontstentenis van zo’n beleid zal Europa’s invloed slechts verder afnemen en de individuele Europese lidstaten nog meer de speelbal worden van de groeiende Amerikaans-Chinese spanningen en manipulaties. De urgentie is groot…

De AIV heeft het kabinet en parlement aanbevolen om meer publieke aandacht te schenken aan vier strategische vragen. Aangezien Rutte en Blok die niet onder uw aandacht brengen, doe ik het dan hier maar:

Vier strategische vragen

De inzet van het spel (1)

wat wil elke EU lidstaat en de EU als geheel in de ontmoeting/relatie met China beschermen, in termen van veiligheid, waarden, culturele traditie of anderszins? De afwegingen over waar we zélf voor staan, wat ons als samenleving het meest dierbaar is en welke prijs we bereid zijn te betalen om dat te beschermen, zullen de komende jaren tegelijk verfijnder en scherper moeten worden gemaakt.

Het geopolitieke speelveld (2) In hoeverre voelen de Europese landen de geopolitieke spanning tussen de VS en China, in hoeverre is een land bereid en/of in staat een eigen positie te kiezen en enige bewegingsruimte te houden? In het algemeen is dit (publieke) bewustzijn nog zwak ontwikkeld. Ook de China notitie van het Nederlandse kabinet gaat aan deze kwestie voorbij, zonder richting te bieden. Voor andere lidstaten is dit hetzelfde. De vuistregel was gewoonlijk dat inzake veiligheid voor de VS wordt gekozen en als het kan inzake economie voor China, maar de vraag is juist of en hoelang dit nog kan gezien de verbinding van economie en veiligheid.

De Europese kaart (3) De derde strategische vraag is in hoeverre een lidstaat bereid is de Europese kaart te spelen bij het behartigen van de eigen belangen en waarden, zeker als dit de onvermijdelijkheid met zich meebrengt compromissen te sluiten of een enkele maal te worden overstemd uit naam van een hoger, gezamenlijk goed. Groeit het besef , ook bij de traditionele vrijhandelaars in noordwestelijk Europa zoals Nederland, dat een puur economische blik op bijvoorbeeld de privatisering van vitale infrastructuur (elektriciteitsnet, havens), of een afwijzing van elke strategische economische politiek (bijvoorbeeld via innovatie- en industriebeleid), onverstandig is?

Eigen troeven en handelingsvermogen (4) In Europa is weinig strategisch debat over welke troeven en drukmiddelen we in de relatie met China hebben. Het veronachtzamen van deze vierde strategische vraag is kostbaar. Het is maar zeer de vraag of landen die China iets ‘geven’ daarvoor wel voldoende terugvragen en -krijgen. Zo ontving Griekenland in 2016 EUR 280 miljoen bij de verkoop van 51% van de aandelen in het havenbedrijf van Piraeus alsmede aanvullende Chinese investeringen in de haven en – dankzij steun vanuit Chinese rederijen – een sterk toegenomen containeroverslag. Dat lijkt relatief weinig voor wat China verkreeg, namelijk het operationele beheer van een grote zeehaven in de EU en een succesverhaal voor het ‘Belt and Road’-initiatief. Overigens betrof het beperkte bewustzijn van de strategische betekenis van deze transactie in eerste instantie de EU, die samen met het IMF de verkoop van staatsdeelnemingen zoals in het havenbedrijf had opgelegd aan Griekenland…..

Ik neem aan dat in november of december een nieuw debat volgt over de China strategie van het kabinet, nadat minister Blok in het vorige debat naar huis werd gestuurd om zijn China huiswerk over te doen. Datum van zo’n debat is mij helaas niet bekend. Het zou goed zijn als de Tweede Kamer zich daarbij niet louter zou richten op de (belangrijke) mensenrechten kwestie maar zich ook zou bezinnen op de door de AIV beschreven 4 strategische vragen…

PS1: Het Belt and Road Initiative (BRI) is een grootschalig Chinees initiatief dat verbindingen (‘nieuwe zijderoutes’) tussen continenten en hun aangrenzende zeeën beoogt te stimuleren. Dit gebeurt onder andere door de aanleg van wegen, spoorlijnen, havens en luchthavens, het faciliteren van investeringen en handel, financiële samenwerking, maar ook door culturele uitwisseling en rechtstreeks contact tussen mensen onderling. Daarnaast werkt China aan een digitale variant van het initiatief op het vlak van onder andere internettechnologie en online bankieren

PS2: Reuters, 11 Nov 2019

 “China and Greece agreed on Monday November 11 2019 to push ahead with a 600 million euros investment by COSCO Shipping into Greece’s largest port, Piraeus, as part of efforts to boost its role as a hub in rapidly growing trade between Asia and Europe. The agreement, part of 16 trade deals signed between Greece and China, came during an official visit by Chinese President Xi Jinping to Athens on Monday. The two countries have drawn closer since 2009 when COSCO won a 35-year concession to upgrade and run container cargo piers in Piraeus.

.

’.