Holland – China: voorspelling over de nieuwe relatie

afbeelding copyright ©Mercator Institute (MERICS), “Export Controls and the US-China Tech War”, Noah Barkin , March 18 2020 zie ook https://merics.org/en No copyright infringement intended. All rights belong to their respective copyright owners

De virtuele EU-top tussen Merkel, von der Leyen en Xi Jinping heeft geen doorbraak opgeleverd. Een investeringsakkoord tussen de EU en China is nog ver weg. Zoals meerdere keren aangegeven in mijngroeve.nl bevindt het Westen zich in een keerpunt in de relatie met China. In de afgelopen 2 jaar heeft deze site de achtergrond beschreven van deze veranderende relatie en de toenemende spanningen, die plotseling zeer zichtbaar werden voor het grote publiek na het uitbreken van de Corona-crisis en de daaropvolgende heftige woordenwisselingen tussen China en de VS.

De Covid 19-crisis heeft Europese besluitvormers en het Europese publiek herinnerd aan de grote onderlinge afhankelijkheid met China en de daaruit voortvloeiende kwetsbaarheden. In het Nederlandse regeringsdenken had deze sterke onderlinge afhankelijkheid tussen de economieën verantwoord gedrag van de CCP moeten garanderen en voor internationale stabiliteit moeten zorgen, waardoor Nederland en Europa een betere uitgangspositie zouden hebben om het Chinese gedrag positief te beïnvloeden.

Helaas lijkt de houding van Beijing tijdens en in de nasleep van de aanhoudende Covid-19-pandemie die veronderstellingen in twijfel te trekken. Afhankelijkheid werd in sommige gevallen zelfs een kwetsbaarheid, aangezien China dreigde medische voorzieningen af te snijden als regeringen vragen stelden bij diens aanpak van de Corona-uitbraak of kritiek uitten op het mensenrechtenbeleid van Beijing.

China eindelijk op de Europese agenda

Het kostte de EU veel tijd om de relatie met China tot regulier (permanent?) agendapunt van de bijeenkomsten van de Raad van Europa te maken. De oude vuistregel was dat voor veiligheidsonderwerpen de Europese keuze zou zijn voor de VS, en voor economische / handelsaangelegenheden voor China: maar gezien de sterke banden tussen economie, technologie en veiligheid, is dit EU-standpunt onder grote druk komen te staan. Jammer genoeg is het publieke bewustzijn van de geopolitieke positie van de Europese Unie nog steeds buitengewoon slecht. Dit komt vooral door jarenlange scepsis van de leiders van de EU-lidstaten over de wenselijkheid of haalbaarheid van een gezamenlijk buitenlands beleid van de EU.

In 2019 begon het pas echt tot diezelfde Europese leiders door te dringen dat de “business first’ benadering tegenover China, aangedreven door landen als Duitsland en Nederland, de twee belangrijkste handelspartners van de EU met de VRC, zeer moeilijk te handhaven zou zijn, vooral in het licht van de zelfverklaarde doelstellingen van Xi Jinping om van China een dominante en zelfvoorzienende grootmacht te maken en tegen de achtergrond van de snel escalerende geopolitieke technologieoorlog tussen de VS en China. Toch heeft Nederland van oudsher moeite met het inperken van de rol van de markt en is het beducht op het overdragen van nationale bevoegdheden op het gebied van veiligheid, justitie en buitenlands beleid. Die houding liet overlet de prangende vraag welke geopolitieke koers Nederland en de EU tegenover China (en de VS) naar het oordeel van onze Nederlandse regering zouden moeten inslaan.

De nieuwe realiteit

Ondertussen begon de China droom in het Westen te verdampen. Er zijn nieuwe realiteiten voor in de plaats gekomen, zoals beschreven in verschillende mijngroeve.nl blogposts. Volstaat om te zeggen dat de strijdlustige, gespannen relatie tussen de VS en China zal voortduren, ongeacht de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. En dat als standaardscenario moet worden uitgegaan van de situatie waarin de Chinese economie zich zal blijven ontwikkelen terwijl de CCP haar stevige greep op de Chinese samenleving zal behouden of zelfs verder uitbreiden.

De Nederlandse regering zal een conclusie moeten trekken die Xi al lang koestert: het Europese systeem van economisch en politiek bestuur concurreert met de strategische prioriteiten en politieke voorkeuren van China. Het betekent niet dat er geen coëxistentie en samenwerking kan zijn. Toch moeten Den Haag, Nederland en de EU zich voorbereiden op allerlei scenario’s, waaronder ernstige verslechteringen en fundamentele, abrupte veranderingen in de relatie met China in de komende jaren. De Chinese een partijstaat heeft zichzelf altijd in concurrentie gezien met liberale democratieën, het had eigenlijk niet als een verrassing mogen komen voor onze Europese leiders.

In de Chinese besluitvorming worden politieke, economische en veiligheidsdimensies als een geheel gezien en opgevat. China’s eenpartijstelsel heeft een groot vermogen om al deze dimensies samen te voegen en definiëren tot één alomvattende strategie en om prioriteiten en doelen voor de lange termijn te stellen. Daarom is het bijvoorbeeld geen toeval dat de Chinese directe buitenlandse investeringen in de EU zich vooral richten op strategisch belangrijke sectoren zoals transport en infrastructuur, ICT en energie.

De nieuwe Koude Oorlog

Europese besluitvormers hebben beweerd dat China meerdere rollen speelt voor de EU; als potentiële partner en economische concurrent en als systeemrivaal. Als de confrontatie tussen de VS en China echter zal leiden tot een zogenaamde “nieuwe Koude Oorlog”, inclusief ernstige militaire conflicten, zou de rol van China kunnen worden gereduceerd tot louter die van systeemrivaal: de VS zijn immers nog steeds een NAVO-bondgenoot.

De term Koude Oorlog is een beetje een verkeerde benaming, want tijdens het conflict tussen de VS en de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog was de economie van de EU nooit zo verweven met het communistische Rusland als de huidige handels- en zakelijke relaties van de EU met de VRC. Nee, de wereld zal dus niet uiteenvallen in twee nauw gescheiden kampen. Maar een blijvende systeem rivaliteit en een omvangrijke ontkoppeling van de Europese en Chinese economie zal zeer ontwrichtend voor zowel beide spelers als voor de mondiale stabiliteit zijn.

Hieronder zal ik enkele van de waarschijnlijke gevolgen van dit rap veranderende internationale klimaat voor de Nederlandse relatie met China introduceren. Ik denk dat de meeste van de genoemde voorbeelden / gevallen ook voor andere EU-lidstaten zullen gelden. Misschien zullen ze worden vertaald in een gecoördineerd EU-beleid, hoewel het EU-beginsel van regeren door unanimiteit en het vetorecht een dergelijke coördinatie erg moeilijk en tijdrovend zal maken. En bij voorbaat excuses, ik kan er natuurlijk naast zitten met mijn voorspellingen!

Ik verwacht dat we in de komende ~ 6 maanden getuige zullen zijn van het volgende:

Aanscherping van de screening op buitenlandse investeringen (FDI)

Op 2 juni 2020 kondigde de Nederlandse regering aan van plan te zijn een voorgesteld uitgebreid FDI-screeningsmechanisme met terugwerkende kracht toe te passen op investeringen en overnames die worden uitgevoerd vanaf 2 juni 2020. Het maakt deel uit van een poging om wederkerigheid en een gelijk speelveld te creëren met de Chinezen, die in de VRC veel strengere beperkingen op buitenlandse investeringen hebben.

Originele bron: Holslag. J., “The Silk Road Trap, Medford”, Polity Press, 2019. Aangezien de Chinese buitenlandse investeringsbeperkingen regelmatig worden bijgewerkt, is de informatie in deze tabel onderhevig aan wijzigingen. Gepubliceerd door de Europese Rekenkamer, “The EU’s response to China’s state-driven investment strategy”, 2020

Het Nederlandse voorstel heeft betrekking op investeringen in (A) leveranciers van kritische processen en infrastructuur en (B) bedrijven die actief zijn in hoogwaardige gevoelige technologie, zoals goederen met militaire of dual-use toepassingen. Dit voorstel behelst een meldingsplicht voorafgaand aan de investering waardoor de verantwoordelijke minister een risicoanalyse kan maken. Het kabinet zal het voorstel in het vierde kwartaal van 2020 ter goedkeuring aan het parlement voorleggen.

In tegenstelling tot sommige andere EU-lidstaten kent Nederland slechts beperkte sectorale FDI-screeningmechanismes (zoals in de gas- en elektriciteitssector). De Tweede Kamer heeft onlangs via de Wet “Ongewenste zeggenschap telecommunicatie” een nieuw sectoraal regime aangenomen dat voorziet in een screeningmechanisme voor investeringen in de telecommunicatiesector. Wanneer deze wet precies in werking treedt, moet nog worden bekendgemaakt.

Maar toekomstige Nederlandse regeringen en Kamerleden zullen veel gevoeliger zijn voor Chinese (en niet-Europese) overnames in sleutelsectoren in Nederland dan in het verleden. Een Chinese overname, zoals van het Nederlandse Ampleon, die in een eerdere post werd belicht, zal in de toekomst op veel meer toezicht van de overheid kunnen rekenen en mogelijk zelfs worden geblokkeerd. https://www.mijngroeve.nl/nl/geschiedenis/europa-china/ Het nieuwe FDI-regime zal waarschijnlijk resulteren in een veel lager niveau van Chinese investeringen in Nederland.

Strengere exportcontroles

De verschuiving van het zwaartepunt van de klassieke wapenindustrie naar hightech in brede zin betekent dat een groot deel van de Europese economische productie zal worden beïnvloed door “wapenexportregimes”. Mijngroeve.nl meldde al in een vroeg stadium hoe ASML verzeild raakte in de geopolitieke technologieoorlog. https://www.mijngroeve.nl/nl/geschiedenis/taiwan-gevangen-temidden-van-de-geopolitieke-technologie-oorlog/ https://www.mijngroeve.nl/nl/geschiedenis/export-verbod-asml-euv-steppers-wie-wordt-het-volgende-slachtoffer-in-de-geopolitieke-technologie-oorlog/

Verschillende blogposts wezen ook op het hoge risico dat Europese chipbedrijven zouden worden geraakt door de verwachte nieuwe Amerikaanse exportcontroleregels, aangezien deze laatste een extraterritoriaal bereik zouden hebben. In het huidige gespannen internationale klimaat zal de Nederlandse regering zeker geen exportvergunning meer durven verlenen die ASML toestaat zijn unieke EUV-machines, die essentieel zijn voor China’s ambities om een high-tech en halfgeleiderproductie-krachtpatser te worden, naar de Chinese semiconductor foundry SMIC te verschepen.

D66

Voormalig Nederlandse ambassadeur in China en lid van D66, Ed Kronenburg, is het daar niet mee eens: volgens hem zou het verstandig zijn ASML zo snel mogelijk toestemming te geven voor de omstreden verkoop: https://fd.nl/economie-politiek/1330606/peking-waarschuwt-voor-verslechtering-nederlands-chinese-relatie-om-asml. De Amerikanen zijn niet te vertrouwen in de ASML-kwestie, stelt Kronenburg. “Ze laten hun eigen technologiebedrijven onbeperkt geld verdienen in China. Als de Amerikanen ASML willen straffen voor hun Chinese banden, laat ze het dan zelf doen. Als de Nederlandse regering met de Amerikanen meegaat, geef je China een excuus om terug te slaan” . Het klinkt alsof de voormalige Nederlandse topdiplomaat van mening is dat Nederland geen enkele terughoudendheid of voorzichtigheid moet betrachten bij het leveren van de meest geavanceerde en unieke apparatuur / technologie aan China.

Kamerlid Verhoeven, zijn collega van D66, partner van de coalitieregering, deed ook nog een duit in het zakje: https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10401087/china-strategie-kabinet-kan-asml-dilemma-niet-oplossen: “China wil tegen 2030 koste wat het kost het machtigste land ter wereld zijn, vooral door technologie. En als de Chinezen dat niet goedschiks kunnen doen door een machine te importeren, zullen ze dat kwaadschiks doen”, waarschuwde Verhoeven. “Met keiharde staatssteun, spionage en diefstal zullen en moeten ze aan die chips komen. Dus ASML zegt: creëer je een concurrent die ten koste van alles alsnog die chips gaat importeren, of help je de concurrent door de machine te verkopen en zelf de voorsprong te behouden? Ik vind dat een belangrijke afweging. ..”

Dus Nederland kan maar beter instemmen met de export, want anders zullen de Chinezen sowieso de technologie / chips stelen en kopiëren zonder dat de Nederlanders er geld aan zullen verdienen? Een nogal vreemd argument om een exportvergunning te rechtvaardigen, zou ik zeggen. En wat wil D66 in ruil daarvoor van de Chinezen verkrijgen? Een belofte voor beter gedrag?

2019 Global semiconductor sales market shares Source: Semiconductor Industry Association (SIA), 2020 State of the US Semiconductor Industry . © No copyright infringement intended. All rights belong to their respective copyright owners

De verkoop van de EUV-machine aan China is voor ASML helemaal geen kwestie van leven en dood. De grootste EUV-klanten van ASML bevinden zich in Taiwan, Zuid-Korea en de VS, niet in China: ASML’s innovatie wordt niet gedreven door het Chinese vasteland. Of de Chinezen in staat zullen zijn om binnen een paar jaar hun eigen EUV-machine te bouwen, valt zeer te betwijfelen, het is veel minder gemakkelijk dan sommige mensen ons willen laten geloven. De Chinezen hebben zelfs ASML’s voortdurende ondersteuning nodig voor het onderhoud van bestaande, minder geavanceerde tools in Chinese fabrieken …

De Volksrepubliek China heeft westerse know-how nodig om hun halfgeleiderindustrie state-of-the-art te maken. Na 20 jaar van grote Chinese investeringen in een binnenlandse halfgeleiderindustrie, heeft China slechts een aandeel van 5% in de wereldwijde verkoop van halfgeleiders verworven, zoals blijkt uit bovenstaande tabel door SIA. China heeft vooral geen eigen leveranciers van cruciale semiconductor en lithografische apparatuur. Zonder toegang tot westerse know-how is het hoogst onwaarschijnlijk dat de Chinese halfgeleiderindustrie in staat zal zijn om de ambitieuze doelen van voorzitter Xi te halen.

source: © MERICS, Papers on China #9, chapter “Safe Interdependence: Managing Economic Vulnerabilities”, Caroline Meinhardt © No copyright infringement intended. All rights belong to their respective copyright owners

Wat zou het effect zijn op de Amerikaanse activiteiten van ASML als de Nederlandse overheid ASML zou toestaan naar de VRC te exporteren? En wat zou Nederland van de VS kunnen krijgen in ruil voor het blokkeren van de export van de EUV-machine naar China? Even belangrijke vragen. Misschien een garantie dat de VS de uitwisseling van inlichtingeninformatie met de Nederlandse veiligheidsdiensten zullen voortzetten, ondanks een eerdere dreiging van de VS om alle inlichtingenbanden met die Europese landen die Huawei in hun netwerk zouden toelaten, door te snijden?

Pas een paar dagen geleden vroegen leden van een andere coalitiepartij, het CDA, de verantwoordelijke Nederlandse ministers om snel de gevolgen van de laatste Amerikaanse sancties tegen China voor de Nederlandse techsector in kaart te brengen. De CDA-parlementsleden verzochten diezelfde ministers om te helpen bij het formuleren van een coherente EU-reactie. Bovendien ondervroegen ze de ministers hoe de EU ertoe zou kunnen worden aangezet om meer proactief haar eigen exportcontrolebeleid te presenteren in plaats van altijd maar te reageren op Amerikaanse unilaterale acties …

Ook al zou het kabinet-Rutte de voorkeur geven aan coördinatie van dergelijke restricties binnen EU-kader, het gebrek aan hoge politieke aandacht of interesse in EU-lidstaten zonder geavanceerde technologie zou totstandkoming van een snelle Europese consensus kunnen bemoeilijken.

In feite plaatsen de steeds meer vervagende scheidslijnen tussen handel, technologie en veiligheid vraagtekens bij een fundamenteel beginsel waarop de EU is gebaseerd, namelijk dat economische overwegingen moeten worden bepaald door gecentraliseerde Europese regels, terwijl buitenlandse- en defensiekwesties primair aan de individuele lidstaten moeten worden overgelaten. En, -zoals coalitiepartner CDA heel goed weet-, opeenvolgende Nederlandse regeringen zijn erg terughoudend geweest in het overdragen van macht aan de Europese Commissie op het gebied van buitenlandse politiek en defensie-en veiligheidsaangelegheden.

Snelle Europese beleidsreacties vereist

Toch vereist de supersnelle technologische vooruitgang snelle beleidsreacties, vooral in de ogen van de VS: kijk maar eens naar wat de regering-Trump eenzijdig heeft uitgevaardigd in termen van nieuwe exportcontroleregelingen tegenover China met instemming van het Congres in het afgelopen jaar. . .Een nieuwe Democratische president is misschien bereid om het multilateralisme een nieuwe kans te geven, maar zelfs hij zal Europa maar beperkte tijd gunnen om een akkoord te bereiken over een nieuw exportregime.

Als de EU niet snel overeenstemming kan bereiken over zo’n nieuw regime, zal Washington blijven proberen om op bilaterale basis steun te krijgen van bondgenoten zoals Nederland voor haar aanpak m.b.t. de controle op nieuwe technologie. Vandaar dat Nederlandse politieke partijen beter met de respectievelijke Nederlandse ministers om tafel kunnen gaan zitten om te bespreken en heroverwegen wat Nederland zelf in de uitwisseling met China aan know-how en technologie zou willen beschermen in plaats van teveel tijd te verspillen met klagen over de effecten van eenzijdige Amerikaanse acties.

Niet aflatende Amerikaanse druk

De kans is zeer groot dat de VS de druk op Den Haag om de overdracht van opkomende technologie te beperken niet zal verlichten, aangezien het bestaande Akkoord van Wassenaar deze evenmin voldoende dekt. Als gevolg van de recente Amerikaanse beperkingen en sancties is toegang tot Europese technologie en know-how van nog groter belang voor China geworden om zijn internationale waardeketens naar een hoger niveau te tillen en om zijn leger verder te moderniseren.

Het dwingt het Nederlandse politieke establishment om de waarde van know-how en technologie te heroverwegen, gezien het dual-use (civiele en militaire) karakter ervan. De Nederlandse overheid heeft daarom de plicht om zelf duidelijke kaders, richtlijnen en voorwaarden op te stellen waaronder bepaalde Nederlandse handel of uitwisseling in nieuwe technologieën, goederen en producten wel of niet (meer) kan plaatsvinden met China.

Als er geen Europees exportcontroleregime komt, verwacht ik dat de Nederlandse regering waarschijnlijk grotendeels met de VS aanpak zal meegaan en terzelfdertijd formeel haar eigen controles op nationaal niveau zal introduceren.

een tabel met wat de regering-Trump heeft genoemd als opkomende technologieën , copyright © Mercator Institute (MERICS) China Perspective, “EXPORT CONTROLS AND THE US-CHINA TECH WAR”: Policy challenges for Europe” By Noah Barkin, March 18 2020

Taskforce ter evaluatie van academische samenwerking

Naar aanleiding van het eerder genoemde strengere FDI-screeningmechanisme en de behoefte aan nieuwe exportcontroleregimes, denk ik dat de Nederlandse regering waarschijnlijk een multidepartementale Task Force gaat vormen (bestaande uit leden van de inlichtingendiensten, Ministerie van Onderwijs, Ministerie van Defensie, Ministerie van Justitie, Ministerie van Economische Zaken) of een Nationale Raad om Nederlands-Chinese academische samenwerking en gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van gevoelige studies en technologieën (refereer bovenstaande tabel) te beoordelen en goed te keuren. Misschien zal deze Task Force ook de drijvende kracht zijn/worden achter het nieuwe kader van exportcontroles.

Deze Task Force kan ook verantwoordelijk worden gemaakt voor (het coördineren van) de screening van Chinese studenten / onderzoekers, bijvoorbeeld om eventuele banden met militaire organisaties in China te onderzoeken. De screening en review van studenten van onderzoeksprojecten zou en mag niet langer (alleen) bij de universiteiten liggen. Onderzoek naar opkomende technologieën zoals het door Huawei gefinancierde A.I. zoekmachineproject van de twee Universiteiten van Amsterdam https://www.mijngroeve.nl/nl/geschiedenis/het-nederlandse-china-beleid-groeiende-parlementaire-onvrede/ zou in de toekomst geëvalueerd kunnen worden door deze Task Force, die dan na afronding van een gedegen risicoanalyse een formeel advies dient uit te brengen aan de Nederlandse overheid.

De lijst van hoge risico landen

De VS hebben inmiddels academische projecten en technologie / knowhow-uitwisselingen met (studenten van) een aantal Chinese universiteiten en onderzoeksorganisaties, zoals Harbin Technical Institute & Harbin Engineering Institute, verboden vanwege hun nauwe banden met het Chinese leger en hun prominente rol in het ruimtevaartprogramma van Beijing. Op een zelfde manier verwacht ik dat de Task Force zal beginnen met het screenen van de universiteit van herkomst en achtergrond van Chinese studenten aan de TU’s in Nederland en een lijst zal opstellen van Chinese universiteiten en instituten die om nationale veiligheidsredenen mogelijk per definitie uitgesloten zouden kunnen/moeten worden van onderzoekssamenwerking met Nederlandse instellingen.

Als de relatie tussen de VS en China de komende maanden extreem vijandig zou worden, zou een Nederlandse parlementaire meerderheid mogelijk voorstander kunnen zijn van het plaatsen van China op de lijst van risicolanden als Iran en Noord-Korea, waarbij Chinese studenten / onderzoekers volledig zouden kunnen worden uitgesloten van deelname aan een TU of een gevoelige studie / onderzoeksproject. Ik denk dat sommige Nederlandse onderzoekslaboratoria of instituten zoals SRON, NSO en NLR misschien al begonnen zijn met het herzien en afbouwen van geplande gezamenlijke ruimtevaart- / luchtvaartprojecten met Chinese partners uit een groeiende angst om teveel knowhow te delen met een potentiële geduchte toekomstige tegenstander.

Het afgelopen jaar zijn er in de VS en Europa verschillende spraakmakende zaken geweest van westerse academici en overheidsfunctionarissen die ervan verdacht / beschuldigd werden spionnen te zijn voor de Chinese regering of gevoelige informatie te hebben gelekt naar Chinese partners tegen lucratieve betalingen. De Task Force zou ook kunnen worden ingeschakeld bij het screenen van (de onderzoeksprojecten van) Nederlandse wetenschappers die op de payroll van Chinese TU’s staan.


Source: © MERICS, Papers on China #9 Sept 2020, chapter “Competing With China in the Digital Age”, Rebecca Arcesati

Huawei, ja wederom!

Officieel is om redenen van nationale veiligheid slechts een selecte groep Nederlandse Kamerleden geïnformeerd over de status en voortgang van de uitrol van 5G en de implementatie van extra beveiligingsmaatregelen. Hierdoor wordt de Nederlander in het ongewisse gelaten wat de exacte rol is / zal zijn van Huawei in het 5G-netwerk van Nederland. Deze Huawei-soap, die in de Nederlandse pers is onderbelicht, is een soort van kwelling voor zowel bondskanselier Merkel als premier Rutte, die zich niet realiseerden of onvoldoende willen uitleggen dat de keuze voor een Chinese telecomgigant niet alleen als een technische of economische -, maar ook als een geopolitieke en strategische beslissing moet worden gezien, die de nationale en Europese veiligheidsbelangen en het transatlantisch partnerschap raakt.

Aangezien het VK en Frankrijk nu hebben besloten Huawei volledig uit te faseren (rond 2028), voorzie ik dat Nederland een vergelijkbare koers gaat varen en geleidelijk alle Huawei-apparatuur zal vervangen. Zelfs voor Merkel en Duitsland zal het buitengewoon moeilijk zijn om vast te houden aan hun standpunten. Het zal interessant zijn om te zien wie de vervanging van al deze apparatuur gaat betalen en of deze discussie zich ook in het geheim zal afspelen.

Smart city concepten

Mag Huawei een rol blijven spelen in de smart city concepten zoals bedacht door Amsterdam en Amsterdam Arena (Johan Cruijff stadion)? Het is moeilijk om recente informatie te vinden over de status van de samenwerking tussen Amsterdam en Huawei. Wellicht spreekt deze stilte boekdelen, maar het zou beter zijn als de stad volledig transparant zou zijn over de deelname en rol van Huawei in haar “slimme stadsplannen” Hetzelfde geldt voor de (haven van) Rotterdam: blijft Huawei onderdeel van het netwerk op deze strategische locatie? Lokale politici moeten luid en duidelijk hun eigen mening en zorgen uitspreken en stadsbesturen ertoe aanzetten om duidelijkheid te scheppen.

Vrijhandelskampioen Rutte zal moeten erkennen en aan het publiek moeten uitleggen dat een economische en technologische ‘ontkoppeling’ met China in specifieke producten, gebieden of industrieën gerechtvaardigd kan zijn om redenen van nationale veiligheid, terwijl hij tegelijkertijd moet toegeven dat dit strategische risico’s met zich meebrengt omdat economische onderlinge afhankelijkheid inderdaad soms mondiale conflicten tempert. Maar het is inmiddels bewezen dat de structurele Nederlandse focus op handel en investeringen in de relatie met China slechts beperkt succes heeft opgeleverd: in de tussentijd is er steeds meer concurrentie en rivaliteit met China ontstaan, terwijl de kansen voor toekomstige partnerschappen enorm zijn ingeperkt.

Principes eerst

Economische banden met China die uitsluitend een “business as usual” -benadering voortzetten, kunnen tot ernstige kwetsbaarheden leiden als ze uitmonden in eenzijdige afhankelijkheden. Laten we voorts niet vergeten dat de status van de EU als de belangrijkste handelspartner van China alsmede de Europese diplomatieke terughoudendheid in de wederzijdse betrekkingen van het afgelopen decennium, de VRC er niet van heeft weerhouden om steeds agressiever gedrag te vertonen in de Zuid-Chinese zee, om de internationale overeenkomst betreffende Hongkong op te zeggen, om cyberaanvallen in Europa op te voeren alsmede de verbale aanvallen op Europese regeringen die niet willen voldoen aan de wensen van Beijing te verscherpen, om slechts een paar voorbeelden te noemen.

Zoals het AVI-rapport de Nederlandse regering vorig jaar adviseerde, zou de betrokkenheid van Nederland bij het huidige China allereerst gebaseerd moeten zijn op principes en waarden: dit omvat in de eerste plaats een inzet voor een pluralistische democratie op basis van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, naleving van open en transparante markteconomiebeginselen, beperking van staatsinmenging en een gemeenschappelijk doel van duurzame ontwikkeling. Aangezien de CCP de meeste van deze principes duidelijk niet onderschrijft en ondertussen haar eigen waarden en ontwikkelingsmodel naar de rest van de wereld promoot, is een veel zorgvuldiger en selectiever Nederlands engagement met de VRC volledig gerechtvaardigd en dringend nodig. Wederkerigheid en leverage, een mate van overwicht, moeten altijd in gedachten worden gehouden in de relatie met de Chinezen, terwijl te grote afhankelijkheid koste wat het kost moet worden voorkomen.

Rode lijnen

De voortdurende Chinese stroom van propaganda vraagt om een krachtige en frequent publiek weerwoord, ook door Europese topfunctionarissen, inclusief de premier en minister van Buitenlandse Zaken van Nederland, de tweede handelspartner van China binnen de EU. Alleen door deze publieke uitingen zullen zowel de CCP als de Nederlandse burgers en het bedrijfsleven alert blijven op de rode lijnen van de Nederlandse overheid (en EU). Het liberaal-democratische model ligt wereldwijd onder vuur, een verdediging door Rutte c.s. in het openbaar is meer dan ooit noodzakelijk.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Blok is onder parlementaire druk komen te staan om niet langer toe te geven aan Chinese wensen voor geheime, last minute vergaderingen zonder persconferenties. In de toekomst zou hij door het parlement kunnen worden gedwongen om schendingen van de mensenrechten publiekelijk en onomwonden te veroordelen, terwijl hij daarbij naast zijn Chinese tegenhanger op het podium staat. Daarnaast is de algehele verwachting dat de Nederlandse minister van Justitie eindelijk – wederom onder sterke parlementaire druk – de afschaffing van het uitleveringsakkoord met Hong Kong aankondigt, een late actie die in lijn is met soortgelijke, veel eerder, aangekondigde maatregelen van verschillende andere westerse landen.

Taiwan zal een centrale rol spelen in de escalerende Amerikaans-Chinese confrontatie, Nederlandse beleidsmakers kunnen zich maar beter hier op voorbereiden. In het licht van de cruciale rol die Taiwan (in het bijzonder TSMC) speelt in de halfgeleiderwaardeketen en voor de Nederlandse hightech-industrie (NXP, ASML) en voor de liberale democratie in Azië in het algemeen, zou de Nederlandse regering Chinese agressie tegen het eiland in bijeenkomsten met Chinese regeringsvertegenwoordigers moeten veroordelen en aandringen op Chinese terughoudendheid in de regio om wereldwijde stabiliteit te verzekeren. Als teken van steun voor Taiwan en zijn voorbeeldrol in de strijd tegen Corona, zou de Nederlandse regering de westerse inspanningen moeten steunen om het eiland lid te maken van de WHO.

Actieplannen

Het ontbreekt Nederland en de EU aan een concreet actieplan in geval van onaanvaardbaar Chinees gedrag en agressie. Nederland en de EU moeten flink wat tandjes bijzetten als ze serieus willen worden genomen in het geopolitieke spel. Neem de zaak Hongkong: afgezien van een uiting van ernstige bezorgdheid, zijn er weinig of geen concrete maatregelen genomen tegen China vanwege zijn onacceptable inmenging.

Ik vermoed dat het Nederlandse parlement vooruitlopend op eventueel toekomstig Chinees agressief gedrag de Nederlandse regering in de richting van een dergelijk actieplan zal dwingen, waarin mogelijke vergeldingsstappen worden voorbereid en uitgewerkt. Dergelijke stappen zouden bijv. gerichte sancties tegen Chinese individuen of entiteiten kunnen omvatten, die hopelijk ook vooraf kunnen worden afgestemd op EU-niveau, om wederom een verenigd Europees front te vormen en op te voeren tegenover Beijing.

Er zijn meer manieren om de Chinezen duidelijk te maken dat ze rode lijnen overschrijden. Als bijvoorbeeld Chinese regeringsfunctionarissen of overzeese diplomaten een Europese lidstaat het vuur aan de schenen leggen omdat ze zich niet aan Chinese dictaten houdt, dient de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken de Chinese ambassadeur op het matje te roepen voor uitleg, gevolgd door een eventuele reprimande, terwijl hij al zijn Europese collega’s vraagt om precies hetzelfde te doen in hun respectievelijke hoofdsteden. Dit zou opnieuw duiden op een gecoördineerd Europees front tegen Chinese bullies en zou worden opgevat als een teken van geopolitieke kracht: zwijgen duidt louter op zwakte, omdat het voor de Chinezen bevestigt dat de EU verlamd is uit bezorgdheid over (vermeende) afhankelijkheid of angst voor Chinese represailles.

Breed gedragen publiek debat

Last but not least is het Chinese beleid niet langer alleen een onderwerp voor de besluitvormende elite in Den Haag. Het zou een onderwerp moeten zijn voor de dagelijkse politiek van alle Nederlandse ministeries, op alle niveaus van politieke partijen, evenals in regionale en lokale instellingen en in alle Nederlandse zakengemeenschappen. Het debat mag niet worden gedomineerd door ondernemers of intellectuelen die zich bijna gedragen als woordvoerders van het regime in Beijing door alleen China’s verhaal te pushen uit angst om zakelijke of academische kansen te verliezen. Een evenwichtiger, realistischer beeld van China is dringend vereist met inbreng van alle sectoren van de samenleving.

Er moet een veel breder Nederlands bewustzijn komen van wat er speelt in de relatie met China en hoe het beste met de VRC om te gaan in deze veranderende en uitdagende omstandigheden. Gelukkig heeft de Nederlandse regering aan de Tweede Kamer toegezegd dit bewustzijn bij Nederlandse ondernemers en de samenleving in het vierde kwartaal van 2020 veel actiever te gaan aanzwengelen…

Het is hoogste tijd dat Nederland en Europa de uitdaging aangaan en slagvaardiger vorm gaan geven aan wat een van de meest cruciale relaties van deze eeuw gaat worden.

see also: Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) “China en de strategische opdracht voor Nederland in Europa”, Juni 2019

Mercator Institute (MERICS), “Export Controls and the US-China Tech War”, Noah Barkin , March 18 2020 https://merics.org and MERICS, Papers on China #9 Sept 2020, chapter “Competing With China in the Digital Age”